Zeemanslied

Op de noordenwind, zuidenwind, oostenwind, westenwind, vaar ik van hot naar haar.
Op de stille zee, wilde zee, zwarte zee, rode zee, vaar ik mijn neus achterna.
Op de noordenwind, zuidenwind, oostenwind, westenwind, vaar ik van hot naar haar.
Op de stille zee, wilde zee, zwarte zee, rode zee, vaar ik mijn neus achterna.

’n Flinke bries in de zeilen, een pijp vol tabak,
één hand aan het roer en d’ander in mijn zak.

Op de noordenwind, zuidenwind, oostenwind, westenwind, vaar ik van hot naar haar.
Op de stille zee, wilde zee, zwarte zee, rode zee, vaar ik mijn neus achterna.
Op de noordenwind, zuidenwind, oostenwind, westenwind, vaar ik van hier naar daar.
Op de stille zee, wilde zee, zwarte zee, rode zee, vaar ik mijn neus achterna.

Het hoog opspattende water, twee maanden voor de boeg.
Dan gaat de boot voor anker en wij gaan naar de kroeg.

Op de noordenwind, zuidenwind, oostenwind, westenwind, vaar ik van hot naar haar.
Op de stille zee, wilde zee, zwarte zee, rode zee, vaar ik mijn neus achterna.
Op de noordenwind, zuidenwind, oostenwind, westenwind, vaar ik van hot naar haar.
Op de stille zee, wilde zee, zwarte zee, rode zee, vaar ik mijn neus achterna.