wij gaan aan boord

Gaan wij aan boord, zeilen we voort dan heerst veel plezier.
Drinken een vat, kostelijk nat, helder schuimend bier.
Laat ons samen drinken, ‘n vrolijk liedje weerklinken.
Meiden, schenk in, wij hebben zin. Proost ahoy, tot ziens.
Meiden, schenk in, wij hebben zin. Proost ahoy, tot ziens.

Verdwijnt dan ons land, verdwijnt dan het strand, dan betrekt de lucht.
De strijd, die begint met water en wind, stormen zijn geducht.
Als wij moeten reven, vechten wij voor ons leven.
Heerst er gevaar, wij helpen elkaar. Proost ahoy, tot ziens.
Meiden, schenk in, wij hebben zin. Proost ahoy, tot ziens.

’t Gevaar weer verdwijnt, de zon weer verschijnt, dan weerklinkt muziek.
Dan schalt over zee en ieder zingt mee, zeilen is uniek!
’t Mooiste in het leven, wat een zeeman kan geven.
Zijn hoogste goed, echt zeemansbloed, proost ahoy, tot ziens.
Meiden, schenk in, wij hebben zin. Proost ahoy, tot ziens.