Verlangen naar zee

Als kleine kwajongen verlang je naar zee,
en wil je, als vader, gaan varen.
Je hoort avonturen, die slepen je mee.
Je Hollandse hart (je hart) zoekt de baren.
Zo’n kerel als vader, zo’n zeeman te zijn!
Je ziet je al ’s nachts in je dromen,
als stuurman en later misschien als kaptein
dan de pier van IJmuiden uitstomen.

Je denkt niet aan wie achterblijft
en ied’re morgen streepjes schrijft op het kalenderblaadje.
Die trouw je reis volgt in de krant,
totdat je t’rug bent in het land,
die angst, ach die ontgaat je…

Als vader dan niet meer terugkeert van zee,
en als je je oudje ziet grienen,
probeer je voor haar, omdat zij het graag wil,
je kost aan de wal (aan wal) te verdienen.
Je zoekt dan ‘n ‘basie’, een schilder of smid,
maar hoogstens voor enkele jaren,
want neemt eens de zee van je dromen bezit,
nou dan dwingt ze je om te gaan varen.

Je denkt niet aan het oude leed,
de jeugd, die zoiets gauw vergeet,
let niet op grijze haren…
Het is een oude zeemanskwaal,
je ziet alleen je ideaal,
je wil, je moet gaan varen!

Als kleine kwajongen verlang je naar zee,
en wil je, als vader, gaan varen.
Je hoort avonturen, die slepen je mee.
Je Hollandse hart (je hart) zoekt de baren.
Zo’n kerel als vader, zo’n zeeman te zijn!
Je ziet je al ’s nachts in je dromen,
als stuurman en later misschien als kaptein
dan de pier van IJmuiden uitstomen.