Van IJ naar Arnemuiden

Op de sluizen van IJmuiden heb ik jou vaarwel gekust.
Op dat plekje bij de haven stelde jij mij weer gerust.
Kon mijn tranen niet bedwingen, afscheid nemen deed zo’n zeer.
Op de sluizen van IJmuiden daar zien wij elkander weer.
Op de sluizen van IJmuiden daar zien wij elkander weer.

Hoor je het ruisen der golven, hoor je het lied van de zee?
Vaar met me mee om de wereld, mijn kind.
Kom, kus me en ga met me mee.
Vaar met me mee om de wereld, mijn kind.
Kom, kus me en ga met me mee.

Aan het strand stil en verlaten, bij het klimmen van de maan.
Ziet men daar een aardig paartje, zeer van weemoed aangedaan.
“Liefste, ‘k moet je gaan verlaten, morgen ga ik weer naar zee.
En dan trouw ik als ik thuis kom, hier op Holland’s stille ree.”
Maar zij sprak: “Ach liefste, mijne. Spreek zo ver niet in’t verschiet.
Want de zee ligt vol met mijnen en die dingen zie je niet”.

Als de klok van Arnemuiden, welkom thuis voor ons zal luiden,
wordt de vreugde soms vermengd met droefenis….
Als een schip op zee gebleven is. 2x