Storm op zee

storm op zeeAlle hens in de kajuit,
stampen wij het zeegat uit,
negen kopen slaat de klok,
maatje reef de hellumstok.
Geef de kluiverboom een zwiep
want je steekt zes glazen diep.

Schuif maar aan en dein maar mee
op de golven van de zee.
Ouwe nipper met je klipper
en je glaasje schipperbitter.

Kap de zeilen roef in top.
Gijp het zwaard en ruim het sop ,
hijs de mast en puts de loef,
veeg het anker vier de schroef
Kruiken open luiken dicht,
als je straks voor pampus ligt.

Schuif maar aan en dein maar mee
op de golven van de zee.
Ouwe nipper met je klipper
en je glaasje schipperbitter.

Foei, hoe suffig staat gij daar,
zijt gij niet van zessen klaar.
Wakk’re jongens stoere binken
maar de schuit begint te zinken.
Komt er in de krant te staan,
“Schip met man en kruik vergaan.”

Schuif maar aan en dein maar mee
op de golven van de zee.
Ouwe nipper met je klipper
en je glaasje schipperbitter.