Op de sluizen van IJmuiden

Op de sluizen van IJmuiden heb ik jou vaarwel gekust.
Op dat plekje bij de haven stelde jij mij weer gerust.
Kon mijn tranen niet bedwingen, afscheid nemen deed zo’n zeer.
Op de sluizen van IJmuiden daar zien wij elkander weer.

Het leven is mooi maar het noodlot is wreed, als je van elkander moet scheiden.
Je ziet in de ogen dan droefheid en leed. Je hart voelt de smart van het lijden.
Dan kijk je elkander nog eventjes aan en fluistert bewogen “Ja, nu moet ik gaan”.
’t Was alles zo mooi maar voorbij weer zo gauw, en ik,… ik hou van jou.

Op de sluizen van IJmuiden heb ik jou vaarwel gekust.
Op dat plekje bij de haven stelde jij mij weer gerust. Kon mijn tranen niet bedwingen,
afscheid nemen deed zo’n zeer.
Op de sluizen van IJmuiden daar zien wij elkander weer.

Vaak zie ik je staan als een droom in de nacht, om je heen de ruisende golven.
Dan hoor ik je stem weer heel ver en heel zacht: “tot ziens, ik zal spoedig weer komen”.
Dan weet ik, je draagt het wel dapper, oprecht. Maar wat je wou zeggen, dat werd niet gezegd. Want ach, je verdween weer zo haastig en gauw, En ik, ik hou van jou.

Op de sluizen van IJmuiden heb ik jou vaarwel gekust.
Op dat plekje bij de haven stelde jij mij weer gerust.
Kon mijn tranen niet bedwingen, afscheid nemen deed zo’n zeer.
Op de sluizen van IJmuiden daar zien wij elkander weer.
Op de sluizen van IJmuiden daar zien wij elkander weer.