hoor je het ruisen der golven

Hoor je het ruisen der golven, hoor je het lied van de zee?
Vaar met me mee om de wereld, mijn kind.
Kom, kus me en ga met me mee.
Vaar met me mee om de wereld, mijn kind.
Kom, kus me en ga met me mee.

Huilende sirene, een schip gaat naar zee.
En wuivend op de kade huilt een meisje mee.
Haar jongen gaat varen, hij staat op de brug.
Over zes jaren keer ik weer bij jou terug.

Hoor je het ruisen der golven, hoor je het lied van de zee?
Vaar met me mee om de wereld, mijn kind.
Kom, kus me en ga met me mee.
Vaar met me mee om de wereld, mijn kind.
Kom, kus me en ga met me mee.

Zes jaren verstreken, het schip kwam nooit weer.
Het ging ten onder, de matroos kwam nimmer meer.
Het meisje, zij wacht nog. Haar hart vol verdriet.
En in de verte hoort ze af en toe dit lied.

Hoor je het ruisen der golven, hoor je het lied van de zee?
Vaar met me mee om de wereld, mijn kind.
Kom, kus me en ga met me mee.
Vaar met me mee om de wereld, mijn kind.
Kom, kus me en ga met me mee.