De woonboot

Nelis en Leentje dat waren twee mensen
heel doodgewoon, net als de rest.
Ze wilden graag trouwen maar hadden geen woning.
Daaraan had Leentje geweldig de pest.

Maar op een dag toen moest het gebeuren,
Ze kochten een bootje, het was wel geen pracht.
Maar het kon hun niet schelen, ze waren gelukkig
En legden hun bootje bij ons in de gracht.

En we hebben een woonboot, die ligt in de Amstel.
We hebben een schuitje, ’t is ons ideaal.
En ben je een keertje bij ons aan de Amstel
Kom dan in ons bootje, gerust allemaal.

Maar op een morgen zei plotseling Nelis:
Kijk nou eens Leentje, hoe dat nou toch komt.
Ik zit hier verdorie met m’n voeten in het water.
Er zit een gat als een vuist in de romp.

Het water steeg snel en de meubels die dreven.
D’kans op een verdrinking die was toen heel groot.
Want geen van beiden konden ze zwemmen.
Z’dreven de deur uit op een tafelpoot.

En we hebben een woonboot, die ligt in de Amstel….

We hebben de schuit naar de helling getrokken.
Daar stopten ze heel vakkundig het lek.
Leentje kon toen haar meubels gaan poetsen,
want de stof van de cluppies was blauw van de drek.

Maar ze lagen niet lang bij ons in de Amstel
Toen kwam er een smeris, zo een met een pet.
Hij zei: jullie moeten hier wegwezen
Mensen jullie hebben de Amstel met dat bootje besmet.

En we hebben een woonboot, die ligt in de Amstel….

Ze hebben de schuit uit de Amstel getrokken.
Ze protesteerden maar ’t gaf hun geen biet
Want je moet weten: ’t is Jan met de pet maar.
Die moeten ze hebben, de groten dus niet.

En we hebben een woonboot, die ligt in de Amstel….