Aan het Noordzee strand

Ik heb op zee mijn leven lang gevaren.
Mijn vissersdorp ligt aan het Noordzeestrand.
Ik win mijn brood met zwalken op de baren,
toch denk ik vaak, mijn rijkdom ligt aan land

Waar het lied der branding ruist bij dag en nacht.
Waar ’t vertrouwde huisje altijd op mij wacht.
Waar de meeuwen schreeuwen boven ’t golfgedruis,
daar ben ik geboren, daar voel ik mij thuis.
Waar de klokken luiden ‘Visser vaar naar huis’
Daar ben ik geboren daar voel ik mij thuis.

Ik voel mij klein wanneer de stormen huilen
door ’t zwiepend want, belust op zwakke buit.
Maar voor geen geld ter wereld wil ik ruilen;
mijn vrij bestaan als Koning op mijn schuit.

Waar het lied der branding ruist bij dag en nacht.
Waar ’t vertrouwde huisje altijd op mij wacht.
Waar de meeuwen schreeuwen boven ’t golfgedruis,
daar ben ik geboren, daar voel ik mij thuis.
Waar de klokken luiden ‘Visser vaar naar huis’
Daar ben ik geboren daar voel ik mij thuis.